zondag 12 juli 2020
zondag 5 juli 2020
31. Ruig of comfort?
![]() |
1. Zoka Kotten II in 1938 met links staand waarschijnlijk Gerlof Wassink (zie blog 25) (foto van Sim Wevers via Annemiek Wevers op de ouwe sokken Facebook groep). |
Redelijk blauwe knoop en redelijk weinig
seks bij de NJN (31.1). De lange traditie, ook van de andere jeugdbonden en jeugdverenigingen die tegelijkertijd waren ontstaan, versterkt door de apolitieke houding die de bond
de oorlog door had geholpen lijken veel lijnen in de latere jaren te hebben
uitgezet. Nou was er voor de oorlog in de jaren dertig een kleine strijd tussen twee door ouderen geleide
jeugdclubs. Aan de ene kant was daar de AJC (de Arbeider Jeugdcentrale) en
anderzijds de Scouting. De AJC ging die jaren voor het gemak en
kookte die jaren dus op primussen, de Scouting ging voor ruig en terug naar de
natuur en verlaagde zich niet tot dat soort oplossingen: zij kookten op
houtvuurtjes (31.2). En de NJN, hoe ging die daar in die jaren daarmee om? Wat we
over het koken weten is op de zoka’s in de de jaren twintig de boerin voor het kamp kookte (zoals in 1926
nog de boerin Dina Roerdinkholder in Kotten) en dat pas later de NJN’ers zelf
die taak ging uitvoeren. Maar kijk nu even naar die prachtige foto van de
fourtent (foto 1). Heel veel takjes op de vloer en dat wijst erop dat er links voor, in
ieder geval deels in 1939 op Kotten II op een houtvuurtje werd gekookt.
Tegenwoordig is natuurlijk de primus dé manier van koken en sommige fouren
zeggen dat dat geklooi met vuur hun lol is om four op een kamp te willen zijn. Maar op dat moment daar, kozen ze voor ruig.
Gegeten werd er heel lang gewoon uit een rond wit bord. Maar wanneer vond de omslag naar 'het tinnetje' plaats: de mestin, jeugdbondsstandaard uitrusting sinds jaar en dag? Ik hoorde wel eens dat het met de bevrijders mee was gekomen, maar direct na de oorlog waren ze nog niet in gebruik binnen de NJN (31.3). Het zijn de legerdumps die de mestins hoogstwaarschijnlijk naar Nederland hebben gebracht. Het interessante is wel dat legerdumps meestal Amerikaans waren, maar dat wij niet hun mestins gebruiken (dat zijn die boonvormige die sommige ook wel hebben), maar die langwerpig hoekige die de jeugdbonders gebruiken zijn Canadees of Engels. De oudste foto met een mestin die ik heb kunnen vinden is van het congres 1953 (foto 2), maar tegenwoordig is deze 'exoot' op bijna elk kamp/congres wel zeer algemeen te vinden (foto 3).
En welke zaken zijn er dan in die 100 jaar eigenlijk niet veranderd, was dat de fiets, het ultieme vervoermiddel om op excursie te gaan? Mary Boetje - van Ruyven verteld het verhaal uit de jaren twintig over Dempsey (of met zijn eigenlijke naam Willem van Dijk; 31.4). Op het Kotten zoka van 1926 en het Bissen Zuid-Limburg zoka van 1928 fietste Dempsey niet en vertrok altijd te voet naar het gebied waar zijn excursie heen zou gaan. Als dat ver was, dan ging hij soms al voor dag en dauw lopen. Hij was altijd op tijd op de afgesproken plek waar hij de rest van de excursie zou ontmoeten. Omdat hij als uitzondering wordt genoemd weten we dat er (naast wandelexcursies in de buurt van het kamp) eigenlijk altijd iedereen op de fiets op excursie en kampen ging. En was dat ook zo in de oorlog? Afdeling Rotterdam ging in ieder geval op de fiets naar het Kralingerbos en een deel van de banden werd in de loop van de oorlog vervangen door houten banden (31.5). Wel weten we van de excursie van afdeling Hilversum dat het grootste deel van de excursie op de fiets naar het beoogde excursiegebied ging en dat er een klein deel zonder fiets naar een dichtbijgelegen deel op loop excursie ging (blog 27). Uiteindelijk had iemand berekend dat er slechts 3% van de Nederlandse fietsen door de Duitsers waren gevorderd. Werd er wel eens van gemotoriseerde tweewielers gebruik gemaakt? Soms wel (zie foto 4). Waren de fietsen eigenlijk altijd hetzelfde? Toen op het congres van 1995 werd voorgesteld een ver buitenland kamp in oost Polen te gaan houden wilde een conservatief deel van de NJN dat tegenhouden. Behalve ver en eng was het op een gegeven moment een argument dat je het niet kon fietsen. Maurice La Haye kantelde dat door te zeggen dat hij dan zou gaan fietsen (31.6). Dat is hij ook gaan doen, met een groep ligfietsende NJN’ers in 1996 op zoka naar het oosten van Polen. Die ligfiets rage (foto 13) heeft toch zo’n vijftien jaar in de bond gewoed, maar is inmiddels alweer geluwd.
Daarnaast moest het kampmateriaal natuurlijk ook ter
plaatste komen. In de jaren dertig werd dat meestal opgestuurd met de trein of via de firma van
Gent en Loos, in jaren vijftig kon dat ook wel per fiets gebeuren (foto 5), in de jaren
zeventig hadden we bijvoorbeeld in afdeling Eindhoven een zelfgemaakte fietskar (foto 7), maar ook toen werden er steeds vaker auto’s ingezet.
Eerst van de ouders geleend later ook van NJN’ers zelf en ook werden/worden er gewoon busjes
gehuurd. Overigens maakten ze het in de jaren dertig het soms nog veel bonter, zoals te zien is in een van de films die Ben van Noordwijk in die jaren maakte: in 1935 namen ze gewoon het vliegtuig naar het zoka op Schouwen (foto 8). Dat was zeker een keuze tégen ruig!
Kijkers om vogels te kijken waren er natuurlijk wel, maar deze waren er in het begin slechts mondjesmaat en tamelijk primitief (foto 8). De kwaliteit en de hoeveelheid namen in de loop van de tijd sterk toe en sinds de jaren zeventig waren er met name bij de VWG'ers zeker steeds wel telescopen aanwezig. Het principe van de fotografie is in de loop van de 100-jarige geschiedenis onveranderd, maar de camera’s waarmee het gebeurde zijn nogal veranderd. Vanaf dag één was de fotografie aanwezig, namelijk al op de allereerste excursie na de oprichting in Zwolle is er in Giethoorn al gelijk een groepsfoto gemaakt op 17 augustus 1920. Deze foto is dan nog niet boven water gekomen, maar wel gemaakt. De eerste camera’s waren ‘plaat camera’s’ (foto 8). Zij moesten het liefst op statief staan en per te belichten glasplaat kon er één foto worden gemaakt. Ook later boden de camera´s met filmrolletjes met steun de beste foto´s (foto 9). Tegenwoordig zijn er op de kampen aardig wat met telelenzen uitgeruste digitale camera's aanwezig (foto 10).
Ook wat betreft de kleding is er natuurlijk wel het een en
ander veranderd.
Opmerkingen
31.1 Een NJN’er uit mijn tijd die vertelde me over seks zo rond
1980: en toen zei een klunsje tegen me ‘mag ik bij jou in jouw tent erbij komen
slapen’ en nog voordat hij had kunnen antwoorden had een meisje gezegd ‘nee, ik
slaap bij hem’. En die nacht werd het een wilde bedoeling. Ook toen ik
uitgenodigd was om mee te denken op één van de redactievergaderingen met
Lonneke Beukenholdt, Jessica Kips en Kees Mostert waren wij heren het die
zeiden dat het puriteinse in onze tijd de overhand had en de meiden die zeiden
dat het een wilde bedoeling kon zijn. Was er dan een omslag rond 1980? Maar ook
een oude sok had me ooit gezegd ‘mijn kind bij de NJN? Geen denken aan. Ik weet
wat daar allemaal gebeurt’. Maar ik weet
natuurlijk niet of dat over seks of iets anders ging.
31.2 Ruud Kool (redactie) 1985. Jeugd en avontuur, verhalen
over 75 jaar jong zijn. Trendboek 1985.
31.3 Mail van Tjalling Waterbolk in oktober 2019
31.4 Mary Boetje van Ruyven in 1930. blz. 74.
31.5 Over Rotterdam vertelde Gertie Jansen me, Nettie ging
samen met Victor helemaal naar Terschelling in 1945 op fietsen met houten
banden vertelde Nettie mij door de telefoon.
31.6 Sander Turnhout via de mail juli 2020.
31.7 Ruud Kool (redactie) 1985. Jeugd en avontuur, verhalen over 75 jaar jong zijn. Trendboek 1985. Fietsbroeken voor de meiden van de AJC op blz. 20.
31.8 Tarq Hoekstra vertelde me in april 2019: 'Halverwege de jaren vijftig was een NJN’ster uit Eindhoven met een lange broek op excursie gekomen, ze werd aangehouden door de politie van Weert wegens onzedelijk gedrag en moest haar vader bellen, die haar inderdaad kwam ophalen'.
![]() |
| 3. De populariteit van de langwerpige mestin is al jaren bijna niet te verslaan (links kamp 2019 en rechts congres 2005, laatste foto Marten Tacoma). |
![]() |
| 4. Jan den Ouden uit Regio 10 op zijn Enfield-motor op Schouwen rond 1978 (foto Martijn de Jonge via de ouwe sokken Facebook groep). |
| 6. De fietskar van NJN afdeling Eindhoven voor het vervoer van de districts kampspullen gemaakt door Geert-Jan van der Burgt, Hemka in 1978 bij Snepseind, ten noorden van Oirschot (foto van mijzelf). |
![]() |
| 7. Terug in de randstad na een zoka op Schouwen in 1935 (still uit de film van Ben van Noordwijk). |
![]() |
| 9. Een alternatief statief wordt gebruikt door Rykel ten Kate, met links Nol Verbeek (foto uit het Zeeuws archief, gemaakt in 1953 in z'n ouwe sokken tijd). |
| 11. Luc Elshout fotografeert een koppel patrijzen ten oosten van Oisterwijk, IWG Hemka 2019: zo gaat dat tegenwoordig (eigen foto). |
![]() |
| 12. Morris met bergschoenen en dus droge voeten bij het Winkelsven, IWG Hemka 2019, waar we waren op zoek naar libellenknutjes met vergunning van Natuurmonumenten (eigen foto). |
![]() |
| 13. Handig die scheerlijnen! Ligfietsen op het zoka Kempen I in 2008. Het meest favoriete model was toch wel de Optima Condor, zoals eigenlijk uit de foto ook al wel blijkt (foto Marten Tacoma). |
zondag 28 juni 2020
30. Oost, west ...
Pas na de afgedwongen vrede (door de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima op 6 en 9 augustus) capituleerde Japan op 15 augustus 1945 en toen bleek dat er in de interneringskampen wel degelijk eten en medicijnen waren, alleen opgeborgen achter slot en grendel. Juist precies in die dagen was de NJN in Nederland bezig met hun zomercongres (en hun 25-jarig bestaan) van 13-20 augustus 1945 in Drachten-zuid (foto 3). Toen ze van de capitulatie hoorden zijn ze daar spontaan het Wilhelmus gaan zingen, het zou de enige keer zijn dat dat ooit gebeurde in het 100-jarig bestaan van de NJN. Maar in Nederlands-Indië kwam de vrede dus als geroepen, vele mensen lagen uitgemergeld en/of zwaar ziek in de interneringskampen. De echte vrede was daar echter slechts van extreem korte duur: al na twee dagen op 17 augustus 1945 werd door Soekarno op Java in zijn eigen tuin in Batavia de Republiek Indonesië uitgeroepen. Daarmee sloeg deze extreem korte vrede vrijwel gelijk om in een langdurige en bloedige onafhankelijkheidsoorlog die tot december 1949 zou duren. Maus Lieftinck was mogelijk een van de weinige ouwe sokken die na een kort verblijf in Nederland (en Europa) weer terugkeerde op zijn functie als directeur van het zoölogisch museum in Bogor (wat voor de onafhankelijkheidsstrijd Buitenzorg heette). Hij zou de belangrijkste zoöloog van Indonesië zijn tot zijn vertrek in 1954 (30.4). De Oost zou verder tijdens en na deze gewelddadige overgang geen plek zijn waar jeugdbonders zich weer snel zouden gaan vestigen. Toch zijn er uitzonderingen zoals ouwe sok Fred Hoekzema die met zijn vrouw eind jaren vijftig naar Hollandia in Nieuw-Guinea vertrok (30.5). En zo zijn er ongetwijfeld toch ook wel meer geweest zoals veel recenter Meine van Noordwijk die er langere tijd als Agroforestry specialist zou werken.
Maar dan de West: een kleiner grondgebied en duidelijk bevolkingsarmer: het Caraïbische gebied en Suriname werd voor die tijd nauwelijks door jeugdbonders opgezocht. Tijdens de oorlog zou Suriname belangrijk zijn voor Amerika: enerzijds met zijn bauxiet een zeer belangrijke leverancier voor het aluminium voor de vliegtuigbouw en anderzijds met Zanderij als een belangrijke tussenstop voor vrachtvliegtuigen die vanuit de VS over Zuid-Amerika naar Afrika vlogen. Vanaf september 1948 was er in Noordoost-Suriname een zeskoppige expeditie met een multidisciplinair team bestaand uit vier oud-NJN’ers en twee enigszins nauw aan de NJN gerelateerde personen (foto 1; 30.1). De meest prominente NJN'er was Aart Brouwer (bovo zowel in 1938 als in de tweede helft van 1940) hij was als geoloog aanwezig (30.6) en verder opmerkelijk was de toen net als bioloog afgestudeerde Peter Creutzberg die als zoöloog meeging en de taak van cameraman kreeg en die de film ‘Waka boen’ over de expeditie zou maken, de start van zijn film carrière (30.7).
De expeditie duurde met enkele rustperioden tussendoor in totaal zeven maanden. Ze begon bij het Wia Wia moeras bij Moengo en ging onder meer via het Nassaugebergte naar de Tibiti savanne. Uiterst bijzonder was dat gedurende de hele expeditie bij elke vondst de locatie op 100 meter nauwkeurig werden vastgelegd (30.8). In het Nassaugebergte was het dan van belang met de hoogteverschillen of deze afstanden op de grond of vanaf een kaart waren gemeten. Die vraag kon ik aan Peter Creutzberg, als langstlevende van de expeditieleden per brief voorleggen in 2010 (30.9). Het bleek door de vijf militairen die meegingen op de grond gemeten te zijn. Met die gegevens en kopieën van het oorspronkelijke expeditie dagboek van Dick Geijskes in de hand kon ik, na twee-en-een-half dag minutieus zoekwerk in het Nassaugebergte op 31 juli 2016, de plek vinden waar hun 'kamp 11.2' had had gestaan (30.10). Dit dankzij de nauwkeurige beschrijving, de met een kapmes op die plek gemaakte gleuven in bomen, foto 9, en de spijkergaatjes die tijdens de expeditie 67 jaar daarvoor in enkele bomen waren geslagen. Wat een waanzinnig gevoel was dat, dat ik ergens langs een kreekje op een berg stond midden in het regenwoud, vrijwel zeker wetend dat geen mens er die 67 jaar tussendoor ooit geweest was.
Zeven maanden op excursie in toen vaak nog nauwelijks aan biologen en geologen bekende gebieden, leverde dat wat op? Zeker: er werden theorieën ontwikkeld over de stroomversnellingen (soela's) en de ouderdom van de rivieren. In het Nassaugebergte werd een zeer goede kwaliteit bauxiet gevonden (30.11). Bij het verzamelde materiaal bleken verder verschillende nieuwe plant- en diersoorten voor de wetenschap te zijn verzameld, bijvoorbeeld een vissensoort die op de wereld nog steeds uitsluitend in een paar stroompjes van het Nassaugebergte blijkt voor te komen (laten we zo'n zéér lokale soort een 'superendeem' noemen): Harttiella crassicauda Boeseman, 1953 (foto 7; 30.13) en op diezelfde dag werd ook een nieuwe soort kokerjuffer gevangen: Leptonema irroratum Flint, 1974. Daarnaast werden ook nieuwe soorten beschreven die naar de expeditieleden werden genoemd. Neem nou een heel klein mestkevertje die toen in een Bromelia-achtige plant werd gevonden in het Nassaugebergte Bdelyrus geijskesi Huijbregts, 1984. Maar er werd ook een vissensoort verzameld in de Djaikreek onderweg naar het Wia Wia moeras: Centromochlus creutzbergi Boeseman 1953. De eer een vernoeming te krijgen blijkt overigens niet altijd even verheffend te zijn: de reden om die laatste soort naar Peter Creutzberg te noemen was namelijk: 'de lelijkste vis die ik ooit heb gezien heb ik naar jou vernoemd' (30.14). Hoe gezellig die maanden met elkaar in het veld waren geweest vatte een 89-jarige Peter Creutzberg in een brief uit zijn toenmalige woonplaats Bogota in Colombia in 2010 aan mij samen: 'Ik voelde me door die oude koloniale kliek [met uitzondering van Dick Geijskes] als minder dan een loopjongen behandeld en heb bewust geen verder contact met ze willen hebben' (30.9). Kortom: het was daar echt een heel erg gezellige bedoeling geweest!
Opmerkingen
30.1 Van links naar rechts op de foto 1: Jan Christiaan Lindeman* (botanicus, 1921 –2007) , Dick Geijskes (entomoloog en expeditieleider, 1907 - 1985), Jan Pieter Bakker (fysisch geograaf, 1906-1969), Peter Creutzberg* (zoöloog en filmer; 1921-2011), Joseph Lanjouw (botanicus; 1902 –1984) en Aart Brouwer* (geoloog; 1917-2006); de drie personen met een sterretje waren ouwe sokken. Verder was Dick Geijskes zeer goed bevriend met ouwe sok Maus Lieftinck en was Joseph Lanjouw de vader van Bert Lanjouw (die ten tijd van de expeditie pas drie jaar oud was en nog niet helemaal rijp voor de NJN). Behalve dit mannengezelschap was er daarnaast ook één vrouw mee (Fiona Schols, de avontuurlijke dochter van het hoofd van de Geologisch Mijnbouwkundige Dienst in Suriname), vijf toegevoegde TRIS militairen (die met een kompas de beoogde richting van de te kappen paden ('lijnen') bepaalden en met paaltjes daarlangs de afstanden aangaven) en een aanvullend onmisbaar 21 man groot lokaal expeditieteam onder leiding van Hendrik Tempico die hielp de expeditie mogelijk te maken. Zie oa. https://geografie.nl/artikel/professor-jan-pieter-bakker-in-suriname
30.2 Marga Coesèl 1997 blz. 59-60.
30.3 Van Ab Borstlap staan geïllustreerd dagboek 'Triest Relaas', geschreven in het infanterie-kampement Makassar, Celebes, Nederlands-Indië, hij was daar opgesloten als Officier van Gezondheid. Website dagboek https://geheugen.delpher.nl/nl/geheugen/view?coll=ngvn&identifier=EVDO01:MUSE01_112246
30.4 Maus Lieftinck zou na zijn interneringstijd, waar hij blijvende lichamelijke schade had oplopen, niet meer onbevangen tegenover elke entomoloog staan: de enige Japanner met wie hij nog ooit contact zou hebben was Syoziro Asahina, de enige Japanner die hij al van voor de oorlog zou kennen (mij verteld door Jan van Tol).
30.5 Fred Hoekzema en zijn vrouw zouden in Hollandia twee kinderen krijgen, maar na een zeer kort ziekbed is Fred daar aan een tropische ziekte op 15 december 1964 overleden. Via zijn zoon Hans F. Hoekzema heb een paar jaar geleden zijn complete NJN archief hier thuis gekregen. Fred was mogelijk een van de laatste NJN’ers die erelid zijn geworden van de NJN, hij werd het op het congres in 1954 (Marga Coesèl 1997, blz. 113).
30.6 Aart Brouwer was verder gemobiliseerd in 1939 en hij was (als een van de twee NJN'ers waarvan ik weet) daadwerkelijk betrokken bij gevechtshandelingen in mei 1940 (in zijn geval bij de Waalbrug bij Zaltbommel). Frans Beekman berichte mij namelijk verder over Frans Jansen uit Brouwershaven (1919-1998) die in 1940 als sergeant betrokken bij de verdediging van de Vlakebrug op Zuid-Beveland, die op dat moment ook lid van de NJN.
30.7 Peter Creutzberg was het als NJN’er hoogst oneens geweest met het feit dat de NJN eind 1941 besloot door te gaan te bestaan, ondanks dat Joodse leden gedwongen moesten uittreden. Hij had hieruit de consequentie getrokken om uit solidariteit ook de bond te verlaten, Marga Coesèl 1997, blz. 68. Als filmmaker zou hij overigens later ook wel samenwerken met een andere ouwe sok Bert Haanstra.
30.8 Deze locaties werden bepaald ten opzichte van een beginpunt dat daarna via één gekapte lijn door het gebied werd uitgezet, wat allemaal met een meetlint op de grond werd gemeten.
30.9 Briefwisseling met Peter Creutzberg via z'n dochter Els Creutzberg: op 10 mei 2010 schreef hij mij een antwoord op een brief van mij, hij was toen woonachtig in Bogota, Columbia.
30.10 M. Boeseman 1953. Scientific results of the Surinam Expedition 1948—1949. Part II. Zoology No. 2. The Fishes (I). Zoologische Mededelingen 22(1): 1-24. De naam blijkt tegenwoordig overigens een synonym te zijn van Tatia gyrina (Eigenmann & Allen, 1942) zie https://www.scotcat.com/auchenipteridae/tatia_gyrina.htm
30.11 Ouwe sokken, jeugdbonders (en vele anderen) helpen zo alweer meerdere decennia mee de overweldigende Surinaamse natuur in kaart te brengen. Carel van Regteren Altena maakte in 1963 een reis naar Suriname om daar de schelpen te bestuderen. Otte Ottema en Arie Spaans bestudeerden er de vogels. Ook hielp in de jaren tachtig van de vorige eeuw Jos Beerlink de bijenteelt daar weer van de grond te krijgen. Daarnaast hielpen legden twee niet jeugdbonders (Dick Geijskes en Jean Belle) de basis voor de kennis over de determinatie en verspreiding libellen. Ouwe sokken van de NJN zoals KD Dijkstra, Kees Mostert, Wouter Wakkie en Sander Turnhout maar ook huidige JNM’ers als Kees van Bochove en Jan van Leeuwen en vele niet-jeugdbonders hielpen mij de afgelopen decennia verder mee het voorkomen van de libellen van Suriname in beeld te brengen. Overigens werd het bestuderen van libellen in Zuidoost-Azië van Maus Lieftinck overgenomen door twee oud NJN’ers: Jan van Tol en op dit moment Vincent Kalkman. Maar het is wel erg leuk te weten dat in ieder geval op het gebied van libellen wereldwijd (en in Nederland) jeugdbonders een belangrijke rol spelen en op die manier mee helpen dat libellen op dit moment tot de best bestudeerde insectengroep op aarde hoort.
30.12 Deze bauxiet vondst in 1949 leidde enige jaren terug ertoe dat er sterk werd overwogen het bauxiet van het Nassaugebergte te gaan exploreren. Het bauxiet vormt de hele toplaag van de berg, winning daarvan zou een stuk afgetopte ‘steenpuist’ in het regenwoud opleveren. Uiteindelijk lag het (gelukkig) te ver weg en lag er te weinig bauxiet om het te financieel haalbaar te maken. De ertsberg die ouwe sok van het eerste uur en geoloog Jean-Jacques Dozy overigens in 1936 op Nieuw Guinea vond is uiteindelijk wel helemaal gemijnd. Er ligt daar een gigantische grote krater in het landschap en rond de mijn is het milieu ernstig vervuild (zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Grasbergmijn?wprov=sfti1)
30.13 In 2014 bleek nogmaals de zeer grote natuurhistorische waarde van het Nassaugebergte toen daar nog een tweede vissensoort als super-endeem werd gevonden: Guyanancistrus nassauensis Mol, Fisch-Muller & Covain, 2018, zie https://en.wikipedia.org/wiki/Guyanancistrus_nassauensis?wprov=sfti1
30.14 Een roddel die ik op 5 november 2011 in Naturalis in Leiden hoorde. Deze tekst had Marinus Boeseman in 1953 aan Peter Creutzberg geschreven op de overdruk van het artikel waarin hij de soort beschreven had, toen Marinus die aan Peter had gestuurd.
![]() |
| 2. Het aantal geëxecuteerde inwoners in Nederland neemt tijdens de bezettingsjaren dramatisch toe. Dit zijn er in totaal 3559 en dit zijn met name verzetsmensen (en het verzet was in de tweede helft van de bezetting inderdaad toegenomen), maar daarnaast werden de steeds meer gefrustreerde Duitsers ook steeds meedogenlozer (overigens werden vrijwel alle 101.800 Joodse Nederlanders in Polen, Duitsland en Oostenrijk om het leven gebracht en deze staan niet in dit grafiek). Bovenstaand grafiek samengesteld adhv http://nl.wikisage.org/wiki/Nederlanders_ge%C3%ABxecuteerd_tijdens_de_Duitse_bezetting |
![]() |
| 4. Een stukje uit het dagboek van Ab Borstlap op 26 januari 1943 waar hij knock-out wordt geslagen. Dagboek over zijn eerste maanden in het interneringskamp in Makassar, Celebes (nu Sulawesi). |
![]() |
| 6. Harnasmeerval, Harttiella (vroeger Harttia) crassicauda Boeseman 1953, superendeem van het Nassaugebergte tekening uit de originele publicatie (30.8). |
![]() |
| 7. Expeditiekamp op de natuurwetenschappelijke expeditie, foto vrijwel zeker op het Nassaugebergte gemaakt (foto van Dick Geijskes, via zijn zoon Jan Geijskes verkregen). |
zaterdag 20 juni 2020
29. Oorlog en vrede
![]() |
1. Het ‘plaats delict’ uit de tweede alinea. De
Noordoostpolder viel droog op 9 september 1942 en kreeg tijdens de oorlog de
bijnaam het ‘Nederlands Onderduikersparadijs’. Bron:
https://www.topotijdreis.nl/ kaart uit 1943.
|
29.6. Dit is natuurlijk een zeer lastige vergelijking: in de loop van de oorlog zou het aantal NJN-leden bijna verdubbelen en of het aantal leden van de ‘ondergrondse’ AJC in deze periode af- of toenam is mij onbekend.
29.9 Telefonisch interview met Jules Philippona (geboren 1924) op 11 juni 2020.
29.14 Marga Coesèl 1997 blz. 102.
![]() |
| 2. Kampje 1944. Foto uit het IISG, zonder verdere toelichting, maar het zou mij niet verbazen als er hier (iets wat serieus) gezongen werd. |
![]() |
| 4-5. Aankondiging van het zomercongres 1945 (officieel 1944/1945) met opgaveformulier (archief Fred Hoekzema). |
zaterdag 13 juni 2020
28. Klink: bovo ‘44, ‘45 en ‘46
![]() |
| 1. Wim Klinkenberg, foto uit het digitale archief van het IISG, verdere gegevens onbekend. |
Overigens stellen sommigen dat Klink een dubbelrol heeft gespeeld bij de aanval op Natuurmonumenten: enerzijds stuurde hij (deels samen met Harrie Timman) de zestienjarige Roelof de Wit en de zeventienjarige Arie Bakker aan om vanaf het balkon, de hun ingefluisterde mening te roepen (28.15). Anderzijds deed Klink achteraf een keer voorkomen alsof hij neutraal was in deze kwestie (28.16). Ook op het NJN zomercongres van 1945 liepen nogmaals de spanningen binnen de AV over de Natuurmonumenten kwestie weer hoog op, waarbij Klink op een gegeven moment verklaarde 'dan liever af te treden'. Ernst Abma, Matty Slager en Dick de Jonge voegden wel daadwerkelijk de daad bij het woord en zij traden terug (waarschijnlijk omdat zij zich niet met de mening van Klink konden verenigen)(foto 5 en foto 6; 28.17). Diverse fragmenten aangehaald in het proefschrift van Frank Saris (28.7) maakt Klink er helaas niet sympathieker op. Daarin staat bijvoorbeeld dat Klink ooit over zichzelf geschreven had: ‘en zo ben ik dus eigenlijk altijd een zeer onevenwichtig jong mens geweest, die zich echter nogal gemakkelijk het air van groot zelfvertrouwen weet te geven’ (28.17). Kortom hij was zeker een bijzonder figuur binnen de NJN-geschiedenis, maar hij was zeker niet vrij van tegenstrijdigheden.
28.3 Wim Klinkenberg 1943. ‘Hoe een sjoccer zich bezighield met het Molinion en tabellen maakte’. Ook in: Joop Smittenberg (red.) 1973. ‘Plantengroei in enkele Nederlandse landschappen’; het artikel van Klink staat daar op p. 63-70).
28.4. Mededelingenblad no. 1-2, mei 1943 (een rode A-3 zokafolder) in archief Fred Hoekzema. Verder vertelde Gertie Jansen me: op dit juli kampje in 1943 in de Logt was George Ittmann kampouder en die riep elke ochtend ‘poelen poelen!’ en dan sprongen iedereen in de Heiloop dat bijna naast de boerderij lag, met toen nog heel zuiver water. Ze hadden bij de boerderij de dakpannen deels door een andere kleur vervangen zodat er groot ‘NJN’ op het dak van de boerderij stond. Je moest voor dat kampje je bonnen (bijvoorbeeld voor een halve ons boter meenemen).
28.5 Opdracht voorin het boek ‘Wim Klinkenberg, 1979. Prins Bernhard: een politieke biografie 1911-1979 (Amsterdam, Onze Tijd, 1979)’, als cadeau gestuurd aan Piet Jansen in 1982. De communistische radicalisering van Klink zou overigens pas tijdens de politionele acties in het toenmalige Nederlands-Indië rond 1947 in een stroomversnelling komen (toen hij bij PvdA leider Marinus Goes van Naters in huis woonde had hij hem in een tafelgesprek horen zeggen: 'Zo lang ik de PvdA leid, wordt in Indonesië niet gevochten.’ Toen dat toch gebeurde voelde Klink zich niet meer thuis in de PvdA. In: Paul Damen, 1994. Interview met Wim Klinkenberg (op 15 juni 1994), ‘Ik heb altijd aan de goede kant gestaan’, in de Groene Amsterdammer nr. 24) en in 1948 werd hij pas lid van de CPN (de Communistische Partij Nederland)(zie Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Wim_Klinkenberg).
https://repository.ubn.ru.nl/bitstream/handle/2066/190330/190330.pdf?sequence=1
28.8 Voor de NJN kan van het verhaal zie Wim Klinkenberg 1944. Het eerste bedrijf: Storm! In Mededelingen van de Natuurbeschermingscommissie van de NJN 2(1) november 1944: p. 3-7. Zie ook Wim Klinkenberg 1945. Het standpunt van “Natuurmonumenten” inzake de propagandering der Natuurbeschermingsgedachte. In: Mededelingen van de Natuurbeschermingscommissie van de NJN 2(5) maart-april 1945: p. 6-7; en Emy Odé 1945. Het voorspel van 18 maart 1944. Mededelingen van de Natuurbeschermingscommissie van de NJN 2(3) januari 1945: p. 3-6.
28.9 Piet Kelder, 1943. Onze plannen. In: Mededelingen van de Natuurbeschermingscommissie van de NJN 1(1) november 1943: blz. 1-2.
28.10. In 'Wanhoop nooit aan vooruitgang, brieven van Jac. P. Thijsse, uit 2012, bezorgd door Marga Coesèl. De brief aan Victor was geschreven op 21 maart 1943 (op blz. 239-241). Maar ook vele andere brieven daarna kwam de rel langs.
28.13 Tjalling Waterbolk, mail april 2020
zie daar https://zoeken.beeldengeluid.nl/program/urn:vme:default:program:2101608130118317531?ac=dgtl&q=klinkenberg+wim.
28.17 Zie pag. 2 in: 'Kort verslag van de algemene vergadering, gehouden op 14, 15, 16, 17 en 18 augustus 1945 te Drachten'. In Med1edelingenblad no. 2 october 1945, gepubliceerd door Hendrikus van der Laan.
![]() |
| 2. Klink aan Piet Jansen over zijn eerste ontmoeting met een communist, opdracht voorin het boek over Bernard, ondertekend op 23 augustus 1982. |
![]() |
| 5. Het in eerste instantie voorgestelde CB voorafgaand aan het zomercongres in augustus 1945 in de beschrijvingsbrief. |
zondag 7 juni 2020
27. Het jaar 1943: oude en nieuwe wegen
![]() |
| Op naar het zoka Logt III van 7- 14 augustus 1943. Fred Hoekzema zou de voorzitter zijn en moest er daarom al twee dagen eerder zijn, zo zou Nico van Suchtelen hem in april/mei 1943 laten weten. |
Op zondag 18 april 1943 verzamelden 22 jeugdbonders zich op de Hondenbrug bij Hilversum klaar om op excursie te gaan naar de buitenplaats Over-Holland bij Nieuwersluis. Voor zes fietslozen was er een tippelexcursie naar Gooilust olv. Els Mulder en Henk van der Veer. De rest ging olv. Wim Lindeyer en Jaap Taapken fietsen op een prachtige voorjaarsdag. Bij het fort aan de Bloklaan wordt even halt gehouden voor het nazien van een band. Daarna zagen ze o.a. baltsende futen, koeten en een visdiefje. Een rietzanger imiteerde meesterlijk het geluid van een zwarte stern. Een bruine kiekendief cirkelde in de blauwe lucht en een snor ratelde zijn eentonig liedje. Ze zagen oa. klimopereprijs met zijn miniatuur klimopblaadjes en hondsviooltje bloeien. Zij aten op de dijk van het Merwedekanaal. In een sloot werden visjes gevangen: zeer veel bittervoorns, de wijfjes met een paar centimeter lange legbuis. Als ze op de terugweg Nieuw-Loosdrecht door zijn, zijn ze spoedig thuis, na een onvergetelijke dag doorgebracht te hebben in de vrije natuur (27.1)(27.2).
Amsterdam bruist van de activiteiten en een kwart van alle NJN’ers woont hier. Wanda Verduin (blog 22) was vanaf half april 1942 al gedwongen geweest om met haar Joodse ouders en broertje Ernst vanuit Bussum daarheen te verhuizen. Alles was klaar geweest om te gaan onderduiken maar onverwacht wordt het gezin op 14 januari 1943 uit huis gehaald: zij zou na dat moment nooit meer met de NJN mee op excursie gaan. En ook was er een half-Vlaamse jongen Flip Polk, die met zijn Nederlandse moeder naar hun Amsterdamse familie was gekomen. Flip was net 11 toen hij op een zondagmorgen in 1943 door zijn nichtje Willie Zuiver werd meegenomen op een excursie met afdeling Amsterdam 6. Daar leerde hij hoe leuk het was in een groep de natuur te bestuderen, maar ook tegen uniformen en leidinggeven door volwassenen te zijn. Hij zou razendsnel leren over de natuur van specialisten die nauwelijks ouder waren dan hijzelf. Na de oorlog zou hij terug in Antwerpen wat NJN activiteiten beginnen, wat ook al wat in 1939 in Gent was gebeurd. Maar Flip Polk zou uiteindelijk als aanjager van het ontstaan van de BJN worden gezien. Een officiële NJN-afdeling zou in Antwerpen pas in 1949 (kort) /1954 (langer) ontstaan en in Gent pas in 1957 (27.3). Beide afdelingen hoorden op dat moment bij district 8 (Zeeland)(27.4). Dit was zo totdat het NJN hoofdbestuur ze zei dat ze maar eens zelfstandig moesten worden: in 1959 werd zo uiteindelijk de BJN (Belgische Jeugdbond voor Natuurstudie) opgericht (27.3).
Nederland was in beweging: merkwaardigerwijs zorgde de bezetting ervoor dat de verzuiling in het land toenam. Later zou bijvoorbeeld Marga Coesèl aan het begin van haar biologiestudie van haar katholieke ouders geen lid mogen worden van een neutrale NJN. Gertie Jansen kon in 1943 doordat ze bij haar biologiestudie aan de universiteit Utrecht niet de loyaliteitsverklaring tekende niet meer verder studeren en wilde toch iets met de natuur doen. Zij besloot op aanraden van een zoölogisch assistent bij haar biologiestudie en NJN´er Henk Hueck lid van de NJN te worden. Haar familie was christelijk en doordat de NJN op zondag op excursie ging, kreeg zij van haar moeder te horen dat ze een ‘afvallige’ was en kreeg ze daar dus vervelende opmerkingen over. Maar daarvoor ging ze al niet meer met haar ouders mee naar de kerk en ze zou een aantal heerlijke jaren bij de NJN hebben.
In Meppel was er in 1943 een NJN’er Douwe Rijpkema die al even lid was. Op een gegeven moment besloot hij echter dat de NJN niet bij zijn christelijke levensovertuiging paste. Zondags op excursie? Dan mocht je hoogstens een kleine wandeling met gelijkgezinden maken. Een vriend van hem bleef bij de NJN, maar Douwe besloot samen met zijn broer Joop en Rein Schut een eigen clubje op te richten: de CMJN (de Christelijke Meppeler Jeugdclub voor Natuurstudie). Zonder fietsen maakten zij soms zeer lange wandelexcursies 15 km heen en 15 km terug. Na de oorlog besloten ze hun vleugels in heel Nederland uit te slaan en er een landelijke club van te maken: op 24 april 1946 richten zij in Balkbrug de CJN (de Christelijke Jeugdbond voor Natuurvrienden) op. Fanatiek gingen ze boven de grote rivieren aan de slag en nog datzelfde jaar hadden ze al zoveel bereikt dat er in de zomer van 1946 op Texel al een groot kamp met 250-300 leden zou zijn, en in 1951 waren er al 35-40 afdelingen (27.5). De verzuiling had toegeslagen! Binnen de NJN zou de neutrale houding ten opzichte van de christelijke medemens nog decennia lang in vrijwel elk kamp ervoor zorgen dat er voor het gezamenlijk eten een door de voorzitter gevraagd momentje stilte zou zijn. Afhankelijk van al dan geen kamp rebellie zou dat momentje er dan al dan niet altijd van komen. Zou die traditie van dat momentje stilte er vandaag de dag nog altijd zijn? Er zijn mensen die dat gewoon weten, maar ik nu even niet.
Tot slot van het jaar werd het Congres net als in 1942 weer in 'De Jonge Prins' in Wormerveer gehouden. Het ratelen van typemachines en stencilmachines klonk achter de collisies. In de late avond van 30 december of in alle vroegste ochtend van 31 december 1943 zou met dit bonte avond programma het congres worden afgesloten (27.6). Niemand zou toen beseffen dat er dat jaar een eerste afsplitsing een feit was en dat er een zaadje voor een internationaal uitslaan van de vleugels van de NJN was gepland.
27.2 Gertie Jansen (telefonisch gesproken mei 2020), doordat dit ook wel in 1944 geweest kan zijn de informatie hier: Afdeling Rotterdam mag niet meer van de Duitsers naar de duinen en de zee gaan. Ze moeten dus in de stad blijven en ze gaan in het voorjaar wekelijks met elkaar vanaf het vroegste moment dat het van de bezetter mag (namelijk zonsopgang) naar het Kralingse bos. Vanaf dat moment gaan ze met het horloge erbij luisteren in welke volgorde de vogels beginnen met zingen. Zo merken ze dat er een patroon in blijkt te zitten: gedwongen door de omstandigheden vinden ze zo voor zichzelf iets nieuws uit. Gertie Jansen gaat ondanks dat ze eigenlijk het meest van planten houdt, meestal mee op die excursies.
27.3 Hazel Vande Kerckhove & Wouter Van Gompel (red.) 2008. 50 jaar jeugdbond: de excursie vertrekt. Uitgave JNM, Gent. 1-304.
27.4 Gerard Heerebout (mail van februari 2020)
27.5 Addo van der Eijk ea. (red) 2006. Jeugdbond 60 jaar CJN KJN ACJN JNM. Stichting Natuurinformatie. 1-128. In Trouw worden in 1946 genoemd dat er 250-300 leden op Texel bij elkaar kwamen.
![]() |
| Foto uit 1943 uit het digitale archief van het IISG zonder bijschrijft, maar gezien het opgespelde naamkaartje bij de rechter jongen is er een redelijke kans dat deze op het congres is gemaakt. |
![]() |
| Bonte avond programma van een congres te Wormerveer, van 1942 of 1943. |
37. So Long, Farewell, Auf Wiedersehen, Goodbye
Foto 1: Kort verslag over de eerste excursie naar de Baest bij Oirschot die ik als proef lid meemaakte op 29 oktober 1972 in de Fragilaria e...
-
Foto 1: Kort verslag over de eerste excursie naar de Baest bij Oirschot die ik als proef lid meemaakte op 29 oktober 1972 in de Fragilaria e...
-
Reina Prinsen Geerligs op Havelte II in juli 1942, zittend op de hoek van het convo zeil geanimeerd pratend met de twee meisjes met staart...
-
Joodse jeugdbonders, verzetsstrijders en anderen die omkwamen in de Tweede Wereldoorlog: 1. Hans Sturm , 2. Reina Prinsen Geerligs , 3. Ze...
































